Beschrijving
Wat maakt deze variant anders?
Deze variant draagt de DAC-linker: een maleimidopropionylgroep waarmee het peptide een covalente binding kan aangaan met cystine-34 van albumine. Daarmee telt de keten 30 aminozuren en komt de molecuulmassa op 3647,2 g/mol, tegen 3367,9 g/mol voor de variant zonder DAC.
Het verschil van bijna 280 dalton is in massaspectrometrie direct zichtbaar en maakt de twee artikelen eenvoudig uit elkaar te houden. Analytisch vraagt de DAC-variant wel meer aandacht: de maleimidogroep is reactief richting vrije thiolen, dus reducerende reagentia met SH-groepen in de monstervoorbereiding kunnen het molecuul veranderen vóór de meting. Wie beide varianten in dezelfde reeks meet, houdt de monstervoorbereiding daarom identiek en thiolvrij.
Beide varianten naast elkaar: vergelijk CJC-1295 met en zonder DAC.
Wat de DAC-groep aan het molecuul toevoegt?
CJC-1295 met DAC deelt zijn werkzame kern met het analoog zonder DAC: dezelfde 29 aminozuren van GHRH, dezelfde vier substituties die het beschermen tegen enzymatische afbraak. Het verschil zit aan het uiteinde. Daar is een maleimidopropionylgroep aangebracht, in de literatuur aangeduid als Drug Affinity Complex.
Hoe de binding aan albumine verloopt?
Albumine is het meest voorkomende eiwit in bloedplasma en draagt op positie 34 een vrije cysteïne — een zeldzaamheid, want de meeste cysteïnes in circulerende eiwitten zitten al vast in zwavelbruggen. Die vrije thiolgroep gaat een covalente verbinding aan met de maleimidegroep van het peptide.
Het gevolg is dat het peptide meelift op de circulatietijd van albumine zelf. Waar het analoog zonder DAC binnen een half uur uit beeld is, wordt in gepubliceerd werk voor de DAC-variant een halfwaardetijd van meerdere dagen gerapporteerd.
Wat continue blootstelling betekent voor onderzoek?
Groeihormoon komt van nature in pulsen vrij, met duidelijke pieken en lange dalen ertussen. Een verbinding die dagenlang aanwezig blijft, verandert dat patroon: de literatuur spreekt van een verhoogde basislijn in plaats van scherpere pieken.
Voor onderzoek is dat geen detail maar de kern van de vraagstelling. Verschillende weefsels blijken anders te reageren op een aanhoudend signaal dan op een ritmisch signaal, ook wanneer de totale blootstelling gelijk is. De twee CJC-varianten naast elkaar leggen maakt precies dat onderscheid meetbaar.
Waarin het van de variant zonder DAC verschilt?
Chemisch: één extra functionele groep. Praktisch: een blootstellingsduur die twee ordes van grootte verschilt. Analytisch: het gebonden peptide gedraagt zich bij scheiding en detectie anders dan het vrije molecuul, wat bij methodeontwikkeling apart moet worden meegenomen.
Waarvoor het in onderzoek wordt gebruikt?
De verbinding komt voor in werk rond de dynamiek van de GH-IGF-1-as, in onderzoek naar albuminebinding als strategie om de circulatietijd van peptiden te verlengen, en als modelverbinding bij het bestuderen van covalente conjugatie aan plasma-eiwitten. In analytisch werk dient het als referentiemateriaal bij het karakteriseren van GHRH-analogen met langwerkende modificaties.
Productinformatie
- Stofnaam: CJC-1295 met DAC (Drug Affinity Complex)
- CAS-nummer: 863288-34-0
- Sequentie: GRF-analoog, 30 aminozuren, met maleimidopropionyl-linker
- Molecuulmassa: 3647,2 g/mol
- Zuiverheid: ≥ 99% (HPLC), conform analysecertificaat
- Fabrikant: Endogenic
Opslag en hantering
Gevriesdroogd materiaal bewaren bij −20 °C, beschermd tegen licht en vocht. Kortdurend transport bij omgevingstemperatuur beïnvloedt de stabiliteit van het lyofilisaat niet. Na reconstitutie koel bewaren en herhaalde vries-dooicycli vermijden. Uitsluitend hanteren met geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen.
Analysecertificaat
Voor elke batch is een analysecertificaat (CoA) met HPLC- en massaspectrometriegegevens beschikbaar. Vermeld bij een aanvraag het batchnummer van het etiket.
Veelgestelde vragen
Waar staat DAC voor?
Drug Affinity Complex. Het is een maleimidopropionyl-linker die een covalente binding kan vormen met een vrije thiolgroep op albumine. Die binding vertraagt de klaring aanzienlijk ten opzichte van het kale fragment.
Hoe onderscheid ik de twee varianten analytisch?
Aan de massa: 3647,2 tegen 3367,9 g/mol. Het verschil van bijna 280 dalton komt voor rekening van de linker plus het extra aminozuur en is in een massaspectrum direct zichtbaar.
Waar moet ik bij de monstervoorbereiding op letten?
De maleimidogroep reageert met vrije thiolen. Reducerende reagentia zoals DTT of bèta-mercapto-ethanol kunnen het molecuul modificeren voordat u meet; houd de voorbereiding thiolvrij.
Uitsluitend voor laboratoriumonderzoek. Geen geneesmiddel en niet bestemd voor toepassing bij mensen of dieren.
Belangrijk: uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden
Dit product wordt uitsluitend geleverd als referentiemateriaal voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden (research use only). Het is geen geneesmiddel, geen voedingssupplement en geen cosmetisch product. Het is niet bestemd voor consumptie, injectie of enige andere toepassing bij mensen of dieren, en niet voor diagnostisch of therapeutisch gebruik.
De koper is er verantwoordelijk voor dat het materiaal uitsluitend wordt gebruikt door gekwalificeerd personeel in een daarvoor geschikte omgeving, en in overeenstemming met alle toepasselijke wet- en regelgeving. Door te bestellen verklaart de koper aan deze voorwaarden te voldoen.
Bestemd voor wetenschappelijk onderzoek en laboratoriumanalyse. Alle artikelen en informatie op deze website dienen uitsluitend voor informatieve en educatieve doeleinden. Zij vormen geen medisch, farmaceutisch of ander professioneel advies.





